Wonderlijk toeval EN

PKMA-567, 2019
↳ PKMA-567, 2019

Nog altijd weet ik niet bijzonder veel van kunst. Duizenden kunstwerken, gebeurtenissen en mensen dobberen in mijn hoofd en hart als bakens of obstakels, waar tussen ik peddel met nieuwe technologie in de strotbui van dagelijkse verstrooingen die de eigen ervaringen, bedenksels en inzichten overspoelen.

Ook met behulp van de nieuwe technologie, de computer, blijven de beelden mij zomaar toevallen als geschenken. Het spontane wordt nog sneller dan vroeger een soort van inzicht of recept nu wachtend op het scherm vlak voor je neus. Het is confronterend: je gedachten als een bewerkbaar element met een geschiedenis en een precies aanwijsbare locatie.

De machine geeft je op elk moment de mogelijkheid om terug te keren naar een vorig moment en daar een nieuwe variant te laten onstaan. Eindeloze repetitie van bijna hetzelfde waartussen het toeval altijd plots lijkt te verschijnen. Mijn door gevoelens verlichte hersenen zijn een prima partner voor de door electriciteit aangedreven rekenmachines. De interactie van die twee doet het verlangde toeval onstaan.

Het toeval gedijt perfect in dat repetitieve geprutsel met instructies voor de machines. Zoals met gewone taal moet ik ook bij het werken met code mezelf wijsmaken dat de instructies helder en duidelijk zijn en precies verwoorden van wat moet getoond worden.

Het kan heel lang duren alvorens in een wolk van zelfbegoocheling, instructies tot iets interessants leiden. Het eindeloze aanpassen en laten uitvoeren van de geknutselde codes wordt na een tijdje altijd ondraaglijk. De lijst van varianten wordt even groot als de drang om te wissen. Soms rest enkel de hoop op een gelukkig toeval, dat dan plots opduikt uit die oeverloze repetitie. Het toevallige en het bedachte zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden in de illusie van het bedoelde.

Dus ik schrijf heel bedoeld bijna altijd dezelfde instructies om repetitieve varianten te produceren met nog steeds die schaamteloos minimale figuratie in zo kunstmatig mogelijk geconstrueerde composities. Met het toeval soms letterlijk in de code toegevoegd als een variabele parameter. Een enkele keer of meerdere keren. Dan pas kan de verslavende regendans beginnen van telkens opnieuw een beetje aanpassen en afspelen. Soms druppelt het meteen, soms snel een wonderlijke regenvlaag, maar dikwijls zijn er die lange periodes van kurkdroge herhaling.

Deze interactie met de machine, deze woordenwisseling met het gebruikte programma levert zo een veelheid aan mogelijke werken op. Ze worden bewaard, benoemd en getoond: het moment waarop de werken te water kunnen gelaten worden. Sommige blijven dobberen in het zicht van iedereen die ze wil zien, soms drijven ze af naar een vage horizon of zinken ze langzaam weg tot ze enkel nog bestaan als een vergeten bestand in een map.

Maar elk bedacht en toevallig gegenereerd beeld doordringt elk volgend beeld dat erna verschijnt. Ook in die tijdelijke verblinding door de opeenvolgende vermenging van beelden lijkt het toeval zich telkens opnieuw te vertonen als een schijnbaar onbedacht geschenk.

Author: Hans Verhaegen, 2020